Op 15 juni 1944 werden in Wolfenbüttel in een tijdspanne van ongeveer anderhalf uur zestien verzetsstrijders uit Lichtervelde en Torhout terechtgesteld. Eén strijdmakker kreeg een dag later de kogel. Nog tien anderen overleefden de Duitse kampen niet. Zij die de hel overleefden kwamen gebroken terug.
De Gestapo had in samenwerking met de lokale VNV-collaboratie ongemeen hard toegeslaan. Dit is een verhaal van oorlog, verzet, verraad en verklikking. Van onnoemelijk veel leed en lijden. Na de oorlog waren de weduwen jarenlang verstrengeld in een reeks van opeenvolgende juridische processen tegen de daders.
In 2024 was het 80 jaar geleden dat de feiten zich voorgedaan hebben. Historici vertellen ons dat, hoewel het verzet als winnaar uit de oorlog kwam, het voorlopig de verliezer van de herinnering is. Vlaanderen kent geen verzetshelden, enkel martelaars uit de collaboratie en anonieme slachtoffergroepen.
Daarom is nodig dat dit verhaal eindelijk verteld wordt.

Op 16 juli 1939 had er in Lichtervelde een groot verkiezingsfeest plaats. Iedereen was uitgedost in traditionele klederdracht, de straten waren prachtig versierd en er trok een kleurrijke stoet van wel 62 praalwagens door de straten. Donkere onweerswolken pakten zich die warme zomerdag van 1939 boven Lichtervelde samen. Niemand was zich echter bewust van de echte dreiging die boven het dorp hing. Het was het laatste jaar van vreugde en feest.
Een maand later, op 25 augustus 1939, kwam de tweede algemene mobilisatie op gang. Tien maanden later marcheerden Duitse troepen door de straten van Lichtervelde.
Ondertussen was er ook op nationaal vlak een nieuwe politieke speler op het toneel verschenen. Het VNV (Vlaams Nationaal Verbond), een uiterst rechtse Vlaams-nationalistische beweging, ging na het uitbreken van de oorlog intensief collaboreren met de Duitse militaire bezettingsmacht.
In de loop van 1942 werd het voltallig schepencollege van Lichtervelde buitenspel gezet en vervangen door VNV-aanhangers.

De eerste initiatieven om een verzetsbeweging op te richten in Lichtervelde dateren van begin 1941. Postbediende Albert Craeynest, verzetsman van het eerste uur, was een actieve werver van nieuwe leden. Hij had al heel vroeg contacten met verzekeringsagent Alfons Demauw, die op zijn beurt in contact stond met reserveluitenant Marcel Vanderhaeghen van Roeselare. Begin 1941 was ook Omer Vermandele, lokale agent van de Bank van Brussel, door tussenkomst van Albert Craeynest, in contact gekomen met Alfons Demauw. Omer Vermandele had zijn sporen eerder verdiend als verzetsman tijdens de Eerste Wereldoorlog. Dokter Louis Debaeke was er eveneens vroeg bij betrokken.
Eind december 1941 kreeg het verzet meer structuur en werd ook een cel uitgebouwd in Torhout onder leiding van kapitein-commandant Arnould van de Walle.
Geleidelijk aan traden meer en meer mensen toe tot het verzet. Alle verzet bleef echter passief. Er is nooit sprake geweest van actieve sabotagedaden. De enige bedoeling was wapens te verzamelen en klaar te staan als de Engelsen zouden landen. Op dat ogenblik immers was iedereen ervan overtuigd dat dat binnen het jaar zou gebeuren.
In Lichtervelde zelf werd steeds over de Witte Brigade gesproken. Kapitein-commandant Arnould van de Walle en reserveluitenant Marcel Vanderhaeghen behoorden als achtergebleven militairen echter tot het Geheim Leger of Het Belgisch legioen.

In de loop van 1942 werden burgemeester Eugène Callewaert en eerste schepen Louis Debaeke uit hun ambt gezet en vervangen door de VNV-ers Maurice Godderis en Octaaf Van Lerberghe. Eerder was ook schepen Emeric Maenhout vervangen door VNV-lid Maurits Vanderhaeghe. Tezamen met de Duitsgezinde gemeentesecretaris Adiel Ramboer bestuurden zij vanaf dan de gemeente.
Na infiltratie van een mol van de Gestapo in het verzet werd in de zomer van 1942, met medewerking van het collaborerend VNV-gemeentebestuur, de éne na de andere verzetsman door de Gestapo van Gent opgepakt. In oktober 1942 stond de teller van het aantal arrestaties op 55.
Ook werden lijsten opgesteld op basis waarvan inwoners werden opgepakt voor de verplichte tewerkstelling in Duitsland. Het VNV-bestuur, in samenwerking met de Duitse bezetter, organiseerde regelmatig klopjachten zodat velen moesten onderduiken. Ook Lichterveldenaar en DeVlag lid Marcel Van Roose maakte er een sport van om, wanneer hij even vanuit Duitsland in verlof was, werkweigeraars te gaan opsporen. Oorlogsburgemeester Godderis deinsde er vanuit zijn machtspositie ook niet voor terug om onder zijn inwoners slachtoffers te maken van zijn schunnige chantagepraktijken. Ook een Jood die toevallig zijn pad kruiste werd door zijn toedoen gearresteerd. Via de Dossinkazerne werd hij op transport naar Duitsland gezet om nooit meer terug te keren. Na de oorlog werd eveneens Emeric Ramboer, postbeambte en collega van één van de verzetsstrijders, beticht van medewerking met de vijand. Ook Antoon De Jonghe, schoolmeester en propagandaleider van het VNV moest zich later verantwoorden voor de krijgsraad.

De arrestanten werden opgesloten in De Nieuwe Wandeling in Gent. Geregeld werden ze overgebracht naar het hoofdkwartier van de Gentse Gestapo om daar ondervraagd te worden. In de kelders bevonden zich vier houten cellen waarin de gevangenen in afwachting van hun verhoor of tussen twee verhoren door werden opgesloten. In deze cellen kon er noch gestaan noch gezeten worden.
Gedurende maanden haalde oorlogsburgemeester Godderis alles uit de kast om de dossiers zoveel mogelijk te verzwaren. Begin 1943 besliste de Duitse krijgsraad in Brugge om een heel aantal onder hen als Nacht und Nebel gevangene naar Duitsland te sturen. Zij verdwenen in de volledige anonimiteit. Ook de familie werd volledig in het ongewisse gelaten. Het eerste nieuws bereikte hen pas twee jaar later wanneer zij die het overleefd hadden uit de kampen terugkwamen.

In maart 1943 werden de Nacht und Nebel-gevangenen op transport gezet naar Bochum. Lang duurde hun verblijf daar echter niet. Herhaalde bombardementen van het Ruhrgebied door de geallieerden deed de Duitsers in de maand mei beslissen om alle NN-gevangenen te evacueren naar Esterwegen in het noorden van Duitsland. Lager VII Esterwegen, dat deel uitmaakte van een hele serie kampen in de Emsland regio, was pas omgevormd om er NN-gevangenen te kunnen in opsluiten. In een tijdspanne van iets meer dan een jaar werden er in totaal zowat 2.700 NN-gevangenen opgesloten langs de zuidkant van het kamp, het zogenaamde Lager-Süd.
Enorme honger, besmettelijke ziekten, koude, psychische druk van de bewakers die wild tekeergingen, ter dood veroordeelde makkers die verdwenen, een totaal gebrek aan hygiëne en medicatie, het verdriet om een makker die het niet haalde, vechten tegen luizen en ratten…dat alles was het echte leven in Esterwegen.
De Lichterveldenaren konden echter postjes versieren in de keuken, in de wasserij, als varkenshouder, als tuinman…zo werden ze van het ergste behouden.
Dokter Louis Debaeke werd kort na zijn aankomst door de Duitse medische dienst aangesteld als kampdokter . Negen maanden heeft hij in uiterst moeilijke omstandigheden voor zijn patiënten gezorgd. Le Fou, bewaker in het kamp, zelfverklaarde dokter maar eigenlijk mijnwerker voor de oorlog, maakte het hem onmogelijk om met de schaarse middelen die voorhanden waren de nodige zorgen toe te dienen aan zijn patiënten. Deze man schiep er plezier in zelf rond te lopen in een witte jas en de patiënten te beoordelen. Hij deed de zieken nodeloos wachten in de bittere koude. Of hij joeg ze naar willekeur opnieuw naar buiten als het hem niet beviel.
Eind 1943 ontvingen allen hun akten van beschuldiging. De akten waren gebaseerd op de inhoud van de dossiers samengesteld door de Gestapo van Gent. In de samenstelling hiervan had de collaboratie van Lichtervelde, met Godderis voorop, een belangrijke rol gespeeld.
Op 15 februari 1944 moesten ze verschijnen voor het Volksgerichtshof. De mannen van Lichtervelde en Torhout keken tegen een loodzware akte van beschuldiging aan. Kerst 1943 zou de laatste worden.
Op kerstavond werden er in de barakken kerstcadeaus uitgewisseld. Op een stukje wc-papier mocht iedereen iets opschrijven wat hij de andere na de oorlog toewenste. Iemand kreeg een waardebon Bon pour un portemine 4 couleurs, marque Caran d’Ache, à choisir chez Sabel fils à Micheroux. Een andere kreeg een bon Goed voor een hesp. Nog een andere kreeg een etentje in Parijs. De schenker kwam echter nooit meer thuis.

Op 15 februari 1944 verschenen 17 verzetsstrijders voor de tweede kamer van het Volksgerichtshof . Alle rechters en aanklagers van het Volksgerichtshof waren Nazi-partijfunctionarissen, officieren of hoge beambten. Zij werden gescreend op basis van hun nationaalsocialistisch standpunt en waren sinds de oprichting van de rechtbank in het midden van de jaren ’30 allemaal door Hitler aangesteld. De zogenaamde advocaten van de beschuldigden hadden nauwelijks de dossiers kunnen lezen en werden niet geacht hun cliënten te verdedigen.
In twee dagen tijd werd iedereen ter dood veroordeeld. Experten weten vandaag dat de twee wetsartikelen over vrijschutterij en vijandbegunstiging, waarnaar in alle vonnissen telkens werd verwezen, in het geval van de Lichterveldenaren zelfs niet van toepassing waren.
Na het proces werden alle gevangenen in afzondering gebracht. Na nog een tussenstop in Lingen werden ze overgebracht naar Wolfenbüttel om daar te wachten op hun terechtstelling.

Allen konden nog genadeverzoeken indienen. Zonder resultaat echter. Op 19 mei verordende de rijksminister van Justitie Thierack, met machtiging van de Führer, de uitvoering van het doodsvonnis voor de 17 NN-gevangenen. Zestien onder hen werden op 15 juni 1944 onthoofd. Officier Arnould van de Walle werd de dag erop geëxecuteerd in Braunschweig. De afscheidsbrieven verdwenen na de oorlog in de Oost-Duitse Stasi archieven en bereikten de nabestaanden pas begin jaren ’90.
Voor zij die achtergebleven waren in Esterwegen was de lijdensweg ook nog niet voorbij. Het kamp van Esterwegen werd door de nakende geallieerde dreiging ontruimd. De verzetsstrijders werden verspreid over diverse kampen. Uiteindelijk vielen hier ook nog zes slachtoffers te betreuren. Van de 32 verzetsstrijders die in maart 1943 als NN-gevangene naar Duitsland waren gestuurd overleefden uiteindelijk negen de kampen. Daarnaast is er nog een lijst van verzetsstrijders die in andere omstandigheden omkwamen. Een zeer zware tol.

Na de oorlog moesten zeven beschuldigden uit Lichtervelde zich verantwoorden voor de krijgsraad van Brugge. Dit proces werd later opgevolgd door een proces voor het krijgshof van Gent. Naast gevangenisstraffen werd voor twee onder hen tot tweemaal toe de doodstraf uitgesproken. Het finale verdict viel uiteindelijk tijdens het proces voor het krijgshof van Brussel in 1949. Tenslotte volgden nog de genadedossiers in de jaren ’50.


Op 11 november 2014 werd in Lichtervelde het nieuwe vredesmonument ingehuldigd. Het verving het vorige monument dat in 1948 was opgericht maar dat de tand des tijds niet had doorstaan. De namen van alle oorlogsslachtoffers uit Lichtervelde hebben een plaats gekregen op het nieuwe monument.
Centraal op het gemeentelijk kerkhof bevindt zich de gemeenschappelijke begraafplaats van de verzetsstrijders uit Lichtervelde. In 2021 nam de gemeente het initiatief om het grafmonument te laten restaureren.
De slachtoffers uit Torhout liggen begraven op het oud-kerkhof van Torhout.
